Woordenschat - oefening 1
Woordenschat - oefening 2
Woordenschat - oefening 3 (getallen)
Woordenschat - oefening 4 (kleuren)
Woordenschat - oefening 5
Woordenschat - oefening 6
Woordenschat - oefening 7 (memory)
Woordenschat - oefening 8 (memory)
Werkwoorden - oefening 1
Werkwoorden - oefening 2
Werkwoorden - oefening 3


Woordenschat - oefening 1
Spraakkunst - oefening 1
Spraakkunst - oefening 2


Woordenschat - oefening 1
Spraakkunst - oefening 1


Woordenschat - oefening 1
Woordenschat - oefening 2
Spraakkunst - oefening 1 (de ontkenning)



Woordenschat - oefening 1
Spraakkunst - oefening 1 (zeggen dat iets van ons, van jullie, van hun is)



Vertaal met mon, ton, .... - oefening 1



Woordenschat - oefening 1
Werkwoorden (sortir, partir, dormir)



Woordenschat - oefening 1
Iemand of iets aanwijzen



Woordenschat - oefening 1
Werkwoord 'venir'


Woordenschat - oefening 1
Woordenschat - oefening 2
Spraakkunst - oefening 1 (au / à la / à l' / aux)
Puzzelzinnen - oefening 1
Puzzelzinnen - oefening 2
Puzzelzinnen - oefening 3
Puzzelzinnen - oefening 4
Puzzelzinnen - oefening 5


Werkwoorden
Kies het juiste antwoord
De getallen tot 100
Het samengetrokken lidwoord met à



Woordenschat - oefening 1


Woordenschat - oefening 1



Woordenschat - oefening 1
Woordenschat - oefening 2
Puzzelzinnen - oefening 1
Puzzelzinnen - oefening 2
Puzzelzinnen - oefening 3
Puzzelzinnen - oefening 4
Puzzelzinnen - oefening 5



Woordenschat - oefening 1
Het werkwoord "vouloir"



Woordenschat - oefening 1
De werkwoord "attendre", "rendre" en "vendre"
Vertaaloefening
Getallen tot 1000




Woordenschat - oefening 1
Woordenschat - oefening 2
Bevelen geven