De werkwoorden partir, dormir en sortir

Invuloefening

Vul de juiste vertaling in!
vertrekken___________slapen________
ik vertrekje ik slaapje
jij vertrekttu jij slaapttu
hij vertrektil hij slaaptil
wij vertrekkennous wij slapennous
jullie vertrekkenvous jullie slapenvous
zij vertrekkenelles zij slapenelles


buitengaan________
ik ga buitenje
jij gaat buitentu
zij gaat buitenelle
wij gaan buitennous
jullie gaan buitenvous
zij gaan buitenils