Werkwoorden.

Vul in elke zin de passende vorm van het werkwoord in.

Wanneer je klaar bent, druk je op "Antwoord controleren". Veel succes.

slapen - Mijn papa niet zo goed.
ademen - Plots de baby niet meer.
snurken - Oma altijd heel luid.
weten - Hij veel over voetbal.
kosten - Dat stuk speelgoed veel te veel.
snijden - Jullie de groenten nooit fijn genoeg.
schrijven - Ze meestal heel netjes.
braden - Wij het vlees in een pan.