t/d-oefeningen

Vul de ontbrekende letters aan.
Wanneer je klaar bent met de hele oefening, druk je op "Antwoord controleren".
Zo zal je zien welke oefeningen juist of fout zijn. Veel succes!

Op vrijag gaan we met de klas zwemmen.
Op de gron liggen stukken glas.
Ik tel tot honder en dan kom ik jullie zoeken.
Hij vaarde met een booje op het kanaal.
Ik heb kou.
In het begin van elke maan krijg ik 25 euro zakgel.
In de klas leren we veel liejes.
Ik hou ervan om lange afstanen te lopen.
Op het eine van de straat staat de politie.
Heb je een blaaje om op te schrijven.
Die jongen is mijn vijan.
Om tien uur is het speeltij.
Ik heb nieuwe potloen gekocht.
Op de speelplaats houden we een wedstrijje 'om het vlugst lopen'.
In mijn kamer brandt nog een lichje.
De dag van vandaag is er veel gewel in de werel.
Ken je een voorbeel van een werkwoor?
De zomervakantie komt dicherbij.
Hoeveel kinjes zitten er in jouw klas?
Dit zijn goekope kleren.
De moor van onze auto is kapo.
Er spoelden twee nieuwe zeehonen aan.
Dat meisje draagt altijd haar hoofoek.