Vul in met 'd' of 't'!

Vul de woorden aan met een 'd' of een 't'. De verlengingsregel kan je soms helpen. Om te weten of een woord of een woorddeel op een 'd' of 't' eindigt, moet je het woord of woorddeel langer maken.

Wanneer je klaar bent met de hele oefening, druk je op "Antwoord controleren". Zo zal je zien welke oefeningen juist of fout zijn. Veel succes!

Ik heb veel vrienjes.
Jij bent bijna altij te laat.
Je komt binnen langs de ingang en je gaat buiten langs de uigang.
Aan de muur hang een foto van opa.
Ik vind die jongen bruaal.
Die trui kost veel gel.
Hij is een slim manneje.
Dat geheim vertel ik aan nieman.
Kijk, hij is mijn vijan.
Naast ons huis staat een paar in de weide.
Ze zoekt een bla om haar punten van wiskunde op te schrijven.
Toen hij verjaarde, heb ik hem een kaarje gestuurd.
Mijn honjes zijn al vier jaar oud.
Ik eet graag een brooje met ham.
Met een rake kan je naar de maan vliegen.
Het eine van de oefening is bijna in zicht.
Ik neem graag een ba.
Binnen een uurje komt mama me halen.
Steven duw Annelies.
Voor mijn neefje van drie jaar moet ik altij een verhaalje voorlezen.