| Als je meegaat met de auto, de trein, dan ben je een | | |
| De deur van een auto is een | | |
| Waar je allerlei dieren kunt bekijken is een | | |
| Een park met allerlei speeltuigen: een schommel, een glijbaan, ... | | |
| Een ander woord voor een voorwerp is een | | |
| De baas op school of op het werk noem je de | | |
| Een deel van een groot gebouw noem je een | | |
| Staan op de kop van sommige dieren en dienen om te voelen. Het zijn | | |
| Vlugge, draaiende bewegingen maken noem je ook wel eens | | |
| Een ander woord voor een klusje is een | | |