12.03.09
Het labo

We gingen naar het labo. Daar moesten we heel aandachtig zijn. We mochten ruiken aan verschillende flesjes. Toen moesten we opdrachten invullen,dat was leuk. We leerden hoe je zuur water,neutraal water en zepig water herkent door bij het water sap van rodekool te doen. We zagen ook een tabel met insecten. We zagen dat hoe meer van die soort insecten zich in het water bevond, hoe beter het was. Maar er waren ook insecten die slecht waren. Als ze in het water zaten,was de water kwaliteit slecht. Ze toonden ook een insect via een camera op de tv, dat was een waterpissebed, best wel een grappig beestje! Het bewoog grappig. Soms ging hij uit het zicht, toen tikte die mevrouw met een stokje tegen hem. We kregen ook een potje met water uit de Leie. In dat potje zaten kleine beestjes die watervlooien heten. We kregen toen ook een soort kaart waarbij we dingen moesten afleiden. Het was een determinatiekaart, zo wisten we welk dier het was. In het labo zaten er veel insecten in potjes. Er zat in één van die potjes een slak met een vreemde schelp. En ook een larve van een libel, volgens de mevrouw die bij ons was, mocht het beestje niet zo lang in het potje zijn want het had veel zuurstof nodig. En dat was dan alles over het labo.
Vele groeten van Grädy